U durft wel.


Eerst in uw uitnodiging schrijven dat uw genootschap zich verzet tegen het gebruik van de Engelse taal..

… en dan uitgerekend de politicus uitnodigen die ooit een verkiezingscampagne aftrapte met de woorden ‘over my dead body.’ 

Ja, beste mensen, ik wil het me u hebben over taalgebruik in de politiek. 

Verhullende taalgebruik, eufemismen, halve waarheden, gekonkel en gedraai. De politiek is er vol van en dat is lang niet altijd in uw voordeel.

Maar soms ook wel.


Zo kan ik u met trots melden dat mijn partij sinds vorig jaar een mooie bijdrage heeft geleverd aan de dikke Van Dale. 

Het  woord ‘moestuinsocialisme’ werd vorig jaar bijna het woord van het jaar. 

Bij moestuinsocialisme betreft een ‘Spotnaam voor een vorm van socialisme die zelfredzaamheid propageert door minima en ouderen met AOW of een klein pensioen te stimuleren een moestuin te nemen.’

Helaas legden we bij de verkiezing van ‘woord van het jaar’ net af tegen het door de vakbond geintroduceerde woord Dagobertducktaks: de ‘speciale belasting geheven over het vermogen van superrijke mensen, superrijkentaks, hyperrijkentaks’ 


Dat dames en heren, is taalgebruik in de politiek. Ons belangrijkste wapen: met slim taalgebruik worden afbraakplannen gebracht als vernieuwing en harde bezuinigingen als hervorming.

Maar we maken ook andere dingen mee

Je kunt in de Tweede Kamer als je goed luistert zomaar eens de volgende zin opvangen:

“Wij vragen de minister in het kader van de decentralisatie van de algemene wet bijzondere ziektekosten duidelijke piketpalen te slaan bij het uitrollen van de participatiesamenleving in heldere transitiearrangementen.”

 

Bent u er nog? 

Leuker kunnen we het niet maken: wel moeilijker.

U en ik hebben het op verjaardagsfeestjes gewoon over bezuinigen. Maar tussen de blauwe stoelen heet dat opeens ‘ombuigingen’. 

We moeten de arbeidsmarkt ‘hervormen’ en de sociale zekerheid ‘moderniseren.’ 

Mooie termen maar u en ik weten allemaal wat het betekent als men deze woorden gebruikt: een normaal mens zou zeggen: We moeten de rechten van werknemers afbreken (hervormen) en de uitkeringen verlagen (moderniseren).

Ik steek de hand ook in eigen boezem hoor. Wij scherpen onze taal ook aan om onze politieke boodschap te versterken. Sterker nog: de SP heeft een naam hoog te houden als het gaat om effectief taalgebruik. 

Wij willen iets doen aan de hypotheekrenteaftrek voor grote huizen.  En u zult toch moeten erkennen dat het woord ‘villasubidie’ voor iemand met een groot huis een toch een stuk minder fijn klinkt dan ‘hypotheekrenteaftrek’. 

En toen Camiel Eurlings kwam met het project rekeningrijden en iedereen dure kastjes in de auto moest laten plaatsen om vervolgens betaald in een file te staan, noemden wij dat een ‘filebelasting’. Dat woord werd op google zo vaak gebruikt dat het daar meer voorkwam dan rekeningrijden. 

En dan heb je succes…. Zo gaat dat.


Een ander mooi voorbeeld komt van mijn voorganger Agnes Kant. Onder het motto ‘De zorg is geen markt’ heeft zij jarenlang strijd geleverd tegen het vermarkten van onze gezondheidszorg. En stukje bij beetje krijgen wij ons gelijk. 

Mijn college Ronald van Raak heeft veelvuldig het taalgebruik van ons politieke tegenstanders proberen te demonteren. 

Luister voor de lol eens mee wat hij moet aanhoren in één enkel debat over het decentraliseren van overheidstaken naar de gemeenten.

Zo’n debat gaat over cockpit overleggen en spiegelgesprekken. Vliegende brigades en een right to challenge. Een Escalatieladder en een Collectieve opdrachten routeer voorziening. 

Een Transitiebureau, Transitievolgsysteem, Transitiemanager, Transitiemonitor en Transitieautoriteit. 

Een Aanjaagteam en een Aansluitcampagne. 

Vliegwielprojecten voor Multi-probleem problematiek. En Scharnierpunten bij Focuslijsten bij Regionale Transitietafels. 

Congruente samenwerkingsverbanden. En een Platform Sociaal Domein, een Ondersteuningsteam decentralisaties en een Regieberaad. En een ‘Eigen krachtcentrale’.


U merkt. Voor een oppositiepartij is taal een wapen om slechtbeleid eenvoudig samen te vatten. Voor een regeringspartij is taal echter een middel om mist te creëren: om een hooiberg te bouwen waarin de speld nooit meer gevonden wordt. 

Het is zoals de Amerikanen zeggen – en sorry voor weer een Engelse zin – if you can’t convice them, confuse them.

Dat is namelijk wat de holle consultantsretoriek doet. 

En het erge is. Steeds meer bestuurders nemen deze flauwekul over.


Dus beste mensen. Onthoud goed. De eerst volgende keer dat u een minister of wethouder hoort praten over een pilotproject met een bottum-up benadering of over de Entrepreneurial Spirit van onze Top Dogs…

Op dat moment verwacht ik van u dat u tegen deze persoon zeg. Stop. U hebt de bullshitbingo gewonnen, maar nu bent u af.


Emile Roemer, Ampzing/Stempelavond 26 maart 2015